La mort de Louis XIV
Nocturama (Previously Unreleased)
Certain Women (Previously Unreleased)
L'amant double
Dunkirk
Schetsontwerp van het nieuwe Filmmuseum aan de Amsterdamse IJ-oever, gezien vanaf het Centraal Station. Ontwerp: Het Weense architectenbureau Delugan Meissl Het ideale Filmmuseum

Utopia 2009

Het Filmmuseum viert in het najaar zijn 60-jarige bestaan. Met de intrek in het nieuwe gebouw in 2009 begint voor het Filmmuseum een nieuw hoofdstuk. De Filmkrant geeft alvast wat ongevraagde adviezen.

Van het Filmmuseum in Amsterdam kun je van alles zeggen. Dat het een archief is, dat het een bioscoop is en dat het een distributeur is. Maar niet dat het een museum is. En dat is gezien de naam nogal vreemd. Wie nu wel eens het Filmmuseum aan het Vondelpark binnenwandelt, struikelt daar regelmatig over toeristen die op grond van de naam op de gevel enthousiast en nieuwsgierig naar binnen zijn gelopen. Maar na een korte blik op de vitrines in de lobby lopen ze zich al even snel stuk op een bijna letterlijke blinde muur zodra ze de trappen beklimmen. Natuurlijk kun je tegenwerpen dat er verschillende opvattingen bestaan over wat een Filmmuseum is of moet zijn. Zo heeft het Filmmuseum wel degelijk een tentoonstellingsruimte: de filmzaal is de plek waar nu de filmgeschiedenis wordt ontsloten. En het Österreichisches Filmmuseum in Wenen heeft bijvoorbeeld ook geen vaste of wisselende tentoonstellingen.
Maar wat moet er gebeuren om van het Filmmuseum in de toekomst een tempel te maken die behalve aan vertonen, verzamelen, bestuderen en herstellen ook gewijd is aan een andersoortige presentatie van de filmgeschiedenis? En hoe positioneert zo'n toekomstig Filmmuseum zich dan ten opzichte van het Stedelijk of Boijmans, waar film en video een steeds gangbaarder onderdeel zijn geworden van de tentoongestelde kunst?

Permanente expositie
De basis van elk museum ligt in een voor publiek toegankelijke, aantrekkelijke expositie. Om het Filmmuseum te maken tot 'het equivalent van het Rijksmuseum, het Mauritshuis en museum Kröller Müller tezamen' in de filmsector, zoals het zo mooi stond geformuleerd in het beleidsplan 1997-2000, zou een permanente opstelling ook tot de mogelijkheden moeten behoren. Te denken valt aan een opstelling 'van toverlantaarn tot digitale projector' in combinatie met een inhoudelijk overzicht van kenmerkende films en filmmakers die bij de verschillende tijdperken horen. Met natuurlijk speciale aandacht voor de Nederlandse filmhistorie. Aangekleed met fragmenten op schermen, kostuums, rekwisieten en interactieve 'trukendozen' zodat de kijker actief op ontdekkingsreis kan, liefst letterlijk in een 'bos' van bewegende beelden. Bijvoorbeeld door een filmcamera op een kraan te zetten waarachter de bezoeker zelf plaats kan nemen om de ruimte in een kader te vangen, terwijl het resultaat direct op een muur of doek te zien is.

Reizende tentoonstellingen
Behalve met een vaste expositie wint elk filmmuseum aan kleur en betekenis door tijdelijke, thematische tentoonstellingen, al dan niet in combinatie met een bijbehorend filmprogramma. Het Filmmuseum hoeft zich niet te beperken tot de eigen collectie, want er zijn internationaal vermaarde tentoonstellingen in omloop als de Stanley Kubrick-tentoonstelling van het Filmmuseum Frankfurt am Main, compleet met foto's, brieven, originele rekwisieten en kostuums. Het Parijse Centre Pompidou maakte in 2004 het werk van avant-garde filmer Jean Cocteau toegankelijk door de bezoeker letterlijk door diens wereld te laten wandelen met een route tussen schermen waarop fragmenten uit zijn werk werden geprojecteerd. Door meer inhoudelijke samenwerkingsverbanden met andere Nederlandse of buitenlandse beeld- en archiefinstellingen zou het Filmmuseum ook zelf tot spannender tentoonstellingen kunnen komen die op hun beurt naar het buitenland zouden kunnen reizen. Denk aan de in 2003 door het Nederlands Architectuur Instituut gelegde verbanden tussen film en architectuur in de tentoonstelling over Jacques Tati en de vorig jaar in de Rotterdamse Kunsthal gehouden multimediale familietentoonstelling over Charlie Chaplin, die een coproductie was met Musée Jeu de Paume in Parijs en de Deichtorhallen in Hamburg.

Nationale cinematheek
Met een uitgebreid, vast netwerk van filmhuizen en -theaters die verspreid over het land wekelijks een Filmmuseum-klassieker vertonen zou het 'nationaal centrum voor de cinematografie' reikwijdte krijgen als landelijk instituut dat met recht prat kan gaan op haar vermaarde verzameling van dik 35.000 filmtitels. Nu zijn daarvan 'slechts' zo'n 1000 lange films beschikbaar voor distributie. En wanneer theaters dan om een klassieke film bij het Filmmuseum aankloppen, blijkt vertoning vaak problematisch omdat de rechten zijn verlopen of maar één (archief)kopie voorhanden is dat het Filmmuseum aan zichzelf (en dus alleen het Amsterdamse publiek) voorbehoudt. Door wat enthousiaster over de eigen heg te kijken zou een succesprogramma als dat van The cremaster cycle dan niet vanwege het voorhanden zijn van maar één kopie linea recta het archief in hoeven verdwijnen, maar na Amsterdam nog een hele reeks andere steden en filmliefhebbers kunnen inspireren. Het Filmmuseum zou ook veel vaker over film mogen publiceren, niet alleen om hun keuzes te verantwoorden maar ook om mensen de gelegenheid te geven via boeken, dossiers en internet meer over films te weten te komen.

Gastprogrammeurs
Toegespitst op specifieke doelgroepen of genres zou het Filmmuseum vaker interessante figuren uit de filmwereld of een aan film gerelateerd vakgebied kunnen uitnodigen om een filmprogramma samen te stellen. Bekende namen (zoals in het verleden Michelangelo Antonioni, Dennis Hopper en Jane Fonda) kunnen die programma's extra in de kijker spelen. Bijvoorbeeld Martin Scorsese die een programma samenstelt naar aanleiding van zijn volgend jaar uitkomende documentaire over regisseur Elia Kazan (On the waterfront), gekoppeld aan een door hem gehouden, breed toegankelijke lezing, plus een retrospectief. Zhang Yimou voor een programma over martial arts-films. Peter Greenaway voor een discipline-overstijgende expositie. En waar is de vaste door horrorkoning Jan Doense samengestelde cult-avond gebleven? Of je kunt bekende Nederlanders vragen een persoonlijke duik te nemen in de schatkamers en die met een bijbehorende, persoonlijke handleiding presenteren, in navolging van het succesvolle idee van het Stedelijk (Gerrit Komrij, de koningin). Zodra bekend was dat Thom Hoffman een Zwartboek-museum inrichtte, had het Filmmuseum, als het vanzelfsprekende platform voor aan film gerelateerde zaken, dat initiatief onmiddellijk moeten adopteren. De ultieme 'gastprogrammeur' is natuurlijk het publiek zelf, dat online uit een 'long list' zou kunnen stemmen op de film die op een bepaalde avond moet worden gedraaid.

Een online museum
Het Filmmuseum is zich, getuige het jaarverslag van 1998, al jaren bewust van het belang van een 'goed uitgebouwde website'. In het Meerjarenplan 2002-2004 zegt het zich via website en database te willen profileren als virtueel museum. De realisatie daarvan wordt 'een van de belangrijkste taken voor de komende jaren' genoemd. Maar wie vandaag de dag de site bekijkt, treft er behalve een paar foto's van de publiekslocaties, het filmprogramma en een uitleg over de collectie wel een online kaartenbak aan van de bibliotheek, maar met een virtuele wandeling in een online museum heeft dat toch nog weinig van doen. Het British Film Institute komt al wat meer in de richting met een online posterexpositie en heel wat uitgebreidere, aantrekkelijk gepresenteerde achtergronden bij lopende tentoonstellingen en programma's. Het Museo nazionale del cinema in Turijn heeft een filmpje van het museum online en het Parijse Centre Pompidou werkt met webcams die een blik in het gebouw gunnen, debatten die online te volgen zijn en filmpjes van beroemdheden die stilstaan bij een item in het museum. Het zou al winst zijn als de knipsels van het Filmmuseum online te lezen en te printen zouden zijn zodat van de geïnteresseerde Limburger of Fries niet langer wordt verwacht dat hij voor een printje wel even naar het Amsterdamse informatiecentrum komt. De website www.nfdb.nl (Nederlandse Film Database), medesamengesteld door het Nederlands Film Festival en Holland Film, kan ook wel weer een nieuwe impuls gebruiken.

Meer debat
Het Filmmuseum zou als levendige promotor van filmcultuur maandelijks van zich kunnen laten horen in een openbaar toegankelijk debat dat de interesse wekt van zowel professionals als in film geïnteresseerde publiek. Waarom geen publiekelijk toegankelijke cursussen op het menu gezet zoals de Cinemathèque Français regelmatig doet? Met uitleg over montage of art direction; inleidingen op het werk van gerenommeerde makers, geïllustreerd met filmfragmenten. Als het maar prikkelend en toegankelijk wordt gebracht.

Karin Wolfs


Van bezemkast naar witte schelp
Sinds het tekenen van de oprichtingsakte voor het 'Historisch Film Archief' op 22 juli 1946 is er gezocht naar geschikte ruimte voor wat vanaf 1952 het Nederlands Film Museum is gaan heten. De nieuwe naam gaf blijk van bredere ambities waaraan de eerste vestigingslocatie — een bezemkast in filmtheater Kriterion — niet kon voldoen. De filmgekke directeur Jan de Vaal vond, samen met zijn brandgevaarlijke collectie nitraatfilms, vervolgens onderdak in een achterafkamertje van het met topstukken gevulde Stedelijk Museum. Maar zodra De Vaal doorhad dat hij de gedroomde expositieruimte daar niet zou krijgen, wilde hij er weg. In 1972 verhuisde het Filmmuseum naar het huidige Vondelparkpaviljoen. In 1986 liet het subsidieverstrekkende ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur de organisatie doorlichten. Er kwam een nieuw bestuur en Hoos Blotkamp moest als nieuwe directeur het Filmmuseum op de culturele kaart zetten (lees: publiekelijk toegankelijk maken). Door de tijd en het vele geld dat het onderbrengen, sorteren en reviseren van de enorme oogst van het verleden kostte, ging dat minder snel dan gehoopt. Bovendien bleek ook het Vondelparkpaviljoen voor een serieuze expositieruimte te klein. In 1998 kwam er een discussie op gang over verhuizing naar Rotterdam, waar het Filmmuseum deel kon gaan uitmaken van een nieuw Beeldinstituut (Las Palmas). Toen het bestuur daar op het laatste moment van afzag, hield de directie het voor gezien. Vervolgens trad de huidige directeur Rien Hagen aan, die het Filmmuseum tot 'nationale boegbeeld van de cinematografie' wilde maken, met meer naamsbekendheid en — opnieuw — een groter publieksbereik. Met de geplande bouw van de 'witte schelp' aan de IJ-oever in Amsterdam-Noord is die zoektocht inmiddels beëindigd. Naast vier filmzalen, een bibliotheek, studiecentrum, café-restaurant, museumwinkel en werkruimten zal daar eindelijk de zo gewenste tentoonstellingsruimte komen.

KW
Bron: Huis van illusies (Annemieke Hendriks).


top
Artikelen
Eindexamenfilms 2006 Tragikomedies
Het ideale Filmmuseum Utopia 2009
Taboe op schoonheid Wegdromen en ontwaken

Interviews
Fien Troch Samen en toch eenzaam
Ken Loach Terug naar de wortels
Take 5: Erwin van den Eshof over horror

Rubrieken
Action!
Het geheim van Hollywood: De straatbarbecue
Spotlicht: Maggie Gyllenhaal
Amsterdam Box Office Periode 25 mei t/m 28 juni 2006
Boeken Schaakfilms
Cinedix
Evenementen
Festivals
De geruchtenmachine
Mening
Mijn Mening
De Pers Over
Thuiskijken
Verwacht


Recensies
EEN ANDER ZIJN GELUK Ontwricht dorp
FRAGILE Kunstgrepen in spookachtig kinderziekenhuis
HARD CANDY Engel der Wrake voor alle pedoseksuelen
HELLBENT Hakken met homo's
JAAP HILLENIUS, POGING OM DICHTERBIJ TE KOMEN Melancholieke romanticus
THE LAKE HOUSE De donkere schaduwen van het verleden
METAL: A HEADBANGER'S JOURNEY Ik schud mijn hoofd, dus ik besta
MONGOLIAN PING PONG Tafeltennisbal stuitert uit de hemel
MORIR EN SAN HILARIO Excentriek dorpje lacht om de dood
ROMANZO CRIMINALE Italië van z'n meest cynische kant
SABAH Bloemstuk met multiculturele Margriet-taferelen
TAPAS Drie gerechten met bekende ingrediënten
TARA ROAD Mijn vrouw, jouw vrouw
VOLVER Verloren in La Mancha
THE WIND THAT SHAKES THE BARLEY De paradox van geweld