Jackie
Sieranevada
Moonlight
Personal Shopper
Paterson
Portret Fabrizio Maltese Profiel Marco Bellocchio

De meeste dromen zijn bedrog

De Italiaanse regisseur Marco Bellocchio is in het Italiaanse filmlandschap altijd een buitenbeentje gebleven. Juist dat maakt hem interessant.

Door Boyd van Hoeij

Liefst drie films van Bellocchio zijn deze maand (weer) te zien: I pugni in tasca ("Vuisten in de zak"), zijn ook nu nog verontrustende debuutfilm uit 1965 over een zoon belust op moedermoord, en de twee meest recente werken: Sange del mio sangue ("Het bloed van mijn bloed," uit 2015), een tweeledig drama over een heksenjacht in de zeventiende eeuw en moderne vampiers, en het weemoedige drama Fai bei sogni ("Droom zacht"), over een volwassen man die nog steeds worstelt met de dood van zijn moeder toen hij negen was en dat eerder dit jaar de Quinzaine opende.
De drie films zijn op het eerste gezicht heel verschillend, hoewel een fascinatie voor de dood, moederfiguren, het geloof en familiestructuren terugkerende elementen zijn. Het feit dat Bellocchio's films zo eclectisch lijken is waarschijnlijk een van de redenen dat hij buiten Italië nooit zo beroemd is geworden als sommige van zijn voorgangers, zoals Antonioni en Fellini. Hun films hadden een herkenbaar visueel handschrift en terugkerende thematische obsessies, in plaats van de losse thematische samenhang van Bellocchio, die na 50 jaar films maken zich nog steeds vragen stelt en aan zichzelf durft te twijfelen. Hij heeft ook niet veel met grote sterren of in het buitenland gewerkt, zoals zijn tijdgenoot Bertolucci. Integendeel, Bellocchio's films gaan bijna altijd over de relatie tussen de Italiaanse samenleving en het individu — dat was in Pugni al het geval en is nu nog zo in Sangue.

Grimmig
I pugni in tasca wordt in Italiaanse filmteksten steevast genoemd als de film die een aantal jaren op de studentenonrusten van 1968 vooruitliep (en die in de Franse cinema voor meer opschudding zouden zorgen dan in Italië). Het interessante aan deze bewering is dat de film, gedraaid in korrelig zwart-wit, eigenlijk een grimmige familiegeschiedenis is en niet direct een studentenrelaas, hoewel de jongere generatie wel degelijk rebelleert tegen de gevestigde orde.
Drie (bijna) volwassen broers en hun jongere zusje wonen samen met hun moeder in het provinciale Bobbio, de geboorteplaats van Bellocchio tussen Genua en Milaan, die constant in zijn films terugkeert. Een van de zoons, Alessandro (Lou Castel, in zijn beste rol), lijdt aan epilepsie en droomt er stiekem van om zijn moeder om te brengen. Katholiek Italië schreef de film af als een verhaal over een ziek iemand en/of uit de hand gelopen pubergedrag, terwijl links Italië met de film wegliep omdat die symbool zou staan voor de noodzakelijke ondergang van de bekrompen burgerij. Zoals vaak ligt de waarheid in het midden: Alessandro gebruikt zijn ziekte als een excuus om zichzelf geen morele waarden aan te (hoeven) meten; hij is zelf schuldig aan wat hij doet maar is dus meer een lafaard en zwakkeling dan een held.

Ironisch
Pugni laat zien dat de traditionele famiglia italiana mid-jaren zestig op ontploffen stond en Bellocchio heeft het duidelijk niet echt op met de bourgeoisie, wat minstens ironisch kan worden genoemd als je weet dat zijn broer een deel van het budget van zijn debuutfilm betaalde en alles in het huis van zijn moeder gefilmd werd. Maar die op het eerste gezicht tegenstrijdige gevoelens en begrippen zijn juist typisch voor de cinema van Bellocchio: niets is tot eenvoudige slogans of platte ideeën te herleiden en de waarheid — en vaker: waarheden — blijkt altijd complexer in elkaar te zitten.
Als je het als storyteller over Italië hebt, dan heb je het natuurlijk over familie, politiek, over het katholieke geloof en over de dood, allemaal onderwerpen die Bellocchio constant aansnijdt en elke keer op net andere manieren belicht. Na de beraamde moedermoord in Pugni maakte hij onder andere L'ora di religione, waarin een moeder ook gedood wordt door haar zoon, waarna de familie haar heilig wil laten verklaren; La bella endormentata gaat over een van de beroemdste gevallen van geplande euthanasie in Italië (tot op heden nog steeds verboden, de kerk is fel tegen) en in Buongiorno Notte schetst Bellocchio de laatste dagen en uren van een van de bekendste moordslachtoffers in de Italiaanse geschiedenis: premier Aldo Moro, die door de communistisch-terroristische groepering de Rode Brigades werd vermoord. Ook noemenswaardig is zijn operateske Vincere, een overdonderende biopic over de eerste vrouw van Mussolini. In al deze films worden Italiaanse normen en waarden onder de loep genomen maar blijft Bellocchio dicht bij de personages. Meer dan de meeste regisseurs weet hij dat het idee van een land en zijn cultuur, politiek, geloof en ideeën bestaan uit talloze mozaïekstukjes die allemaal verschillende schakeringen hebben. Zo blijkt zijn land ingewikkelder in elkaar te zitten dan wat een katholiek dogma, een Forza Italia-slogan of de meeste geschiedenisboeken die in scholen gebruikt worden je zouden doen kunnen geloven.

Spagaat
In Sange del mio sangue onderzoekt Bellocchio opnieuw een historisch heksenproces om zo iets over het heden te zeggen, een onderwerp en een tactiek die hij al in 1988 toepaste in zijn La visione del sabba. In de semi-experimenteel aandoende nieuwe film stelt nog net zulke pertinente vragen over de wereld waarin we leven als Pugni. Het historische verhaal van de non in kwestie komt direct uit het klassieke Italiaanse werk I promessi sposi van Manzoni (een voor de regisseur invloedrijke roman die hij ook al gebruikte in Il regista del matrimonio). De intellectuele spagaat van Bellocchio zelf is ook hier zichtbaar, want hij mag op papier een atheïst en een marxist met radicale ideeën zijn, maar hij is ook duidelijk beïnvloed door burgerlijke ideeën en klassiekers, door de invloed van het geloof op het dagelijks leven en door de macht van de Kerk in het (Italiaanse) verleden, die in zekere zin nu is overgenomen door de politieke klasse (de vampiers in Sange).
Fai bei sogni (letterlijk: "Droom mooie dromen") werd in Cannes opvallend genoeg warmer ontvangen door mensen die het werk van Bellocchio niet kenden. Zij zagen in de film een humaan, bijna apolitiek verhaal over een man die een jeugdtrauma had overgehouden aan de dood van zijn moeder, een geïdealiseerde Italiaanse mamma. Kenners vonden de film voor Bellocchio iets te melodramatisch of te koud — twee tegenstrijdige reacties die vooral laten zien dat de regisseur goed wist waar hij mee bezig was: zijn cinema signaleerde altijd al de tegenstrijdigheden in de Italiaanse cultuur.


top
Artikelen
Profiel Marco Bellocchio De meeste dromen zijn bedrog
2016 Het jaar dat de fictie won
Swing Time De schaduw van blackface
De beste films van 2016

Interviews
Fai bei sogni en Sangue del mio sangue (Marco Bellocchio over) 'Wat in Italië tragisch is, is tegelijkertijd lachwekkend'
Coco Schrijber over How to Meet a Mermaid 'Empathie staat op een laag pitje'
Martin Koolhoven over Brimstone 'Ons calvinisme zit in het DNA van Amerika'

Rubrieken
Filmsterren
Redactioneel
Kort
Actie!
Thuiskijken
Het nieuwe kijken Stationsballet
Op ooghoogte: Vernietigen
Boeken
Andy at the movies
The Thinking Machine Always a Window


Recensies
Bad Santa 2 De kerstgeest is dood. Lange leve de kerstgeest?
Brimstone De gothic western van Martin Koolhoven
Cézanne et moi Vriendschap is een illusie
The Founder Super Size Me
The History of Love Rommelig romantisch epos
How to Meet a Mermaid Doodsverlangen
La La Land Dromen in tijden van crisis
Levende rivier De groene aders
Office Christmas Party De kerstgeest is dood. Lange leve de kerstgeest?
Poesía sin fin 'Ik heb mijn duivel aan de ziel verkocht!'
A Street Cat Named Bob Kat redt man
To My Beloved (Para monha amada morta) Een jurk waaruit het lichaam langzaam verdwijnt
Walking Distance Gered door een fotorolletje

archief

2017



januari 2017