Wonder Woman
Broers
La región salvaje
En amont du fleuve
Daughters of the Dust
Scherpstellen

Genadebrood eten

Scheidend filmjournalist Bas Blokker vroeg zich na het filmfestival van Venetië in NRC Handelsblad af hoe zeker hij als journalist van zijn eigen oordeel kon zijn in het krachtenveld van de filmwereld. De Filmkrant vroeg hem naar het antwoord.

In september schreef ik mijn laatste stukken als filmredacteur voor NRC Handelsblad. Dat was vanuit Venetië, waar ik het filmfestival bezocht. Daarna zou ik een andere baan op de krant krijgen en die omstandigheid verlokte mij tot een wat minder verslaggevend, meer reflecterend stuk in het laatste weekend. Dat stuk begon met de verzuchting: "Wat een rare plek om films te zien is zo'n festival eigenlijk." En het eindigde deemoedig met de vraag: "Hoe zeker kun je van je eigen oordeel zijn?"
Dit stuk ging eigenlijk niet alleen over Venetië 2008, maar over alle grote festivals die ik in mijn vijf jaar als filmredacteur had bezocht — en de snelkookpan waarin journalisten werden geacht alle competitiefilms plus de onvermijdelijke wereldpremières van blockbusters plus zoveel mogelijk echt interessante artistieke films te zien. En dan ook nog eens interviews te maken waar de krant wat aan heeft.
Vooral die interviews maken van de festivals wonderlijke veemarkten, waarin filmjournalisten beurtelings als bezoeker en deelnemer rondlopen. De rol van bezoeker past principieel het beste bij de journalist, maar de rol van deelnemer wordt hem of haar regelmatig opgedrongen, en dan vooral bij de onvermijdelijke interviewgelegenheden die tijdens festivals worden gecreëerd. De journalist is dan namelijk vrijwel ongemerkt overgestapt van zijn rol als (betalende) bezoeker naar die van met marketinggeld van distributeurs betaalde deelnemer. Dat is een ongemakkelijke gedachte, die journalisten dan ook liefst niet hardop uitspreken.
Geen wonder dus dat de Filmkrant, nooit te beroerd om ongemakkelijke gedachten op te tekenen, wilde weten wat dan mijn conclusie van vijf jaar filmredacteurschap was. Die luidt dat 'filmjournalist' een onnauwkeurige verzamelnaam is voor vogels van zeer divers pluimage en dat zelfs de meest journalistieke onder hen zich regelmatig vrijwillig voegen naar omstandigheden waarin zelfs een 'embedded' oorlogscorrespondent zich onprettig zou voelen.

Inpaktechnieken
Ik was al een jaar of tien journalist bij NRC Handelsblad voor ik in de herfst van 2003 solliciteerde naar de vacature die was opengevallen toen Hans Beerekamp besloot tv-recensent te worden. In al mijn vorige functies had ik nooit te maken gehad met de rolverwarring die ik hierboven signaleerde. Natuurlijk kreeg je ook bij doorsnee verslaggeverswerk wel eens een woordvoerder of een voorlichter aan de telefoon die je direct bij de voornaam noemde en deed alsof je al jaren dikke vrienden was. Zo probeerden ze je onschadelijk te maken.
Maar dat is niets vergeleken met de inpaktechnieken in de filmwereld. Niet dat pr-functionarissen (vaak jonge vrouwen met alleen een voornaam) daar schijnheiliger zijn, integendeel. De verhoudingen liggen heel anders. Een woordvoerder van de minister probeert bij een journalist de schade te beperken. De pr-dame van een distributeur probeert uit de journalist munt te slaan. Producent San Fu Maltha had het me al eens uitgelegd: "Je giet er gratis drank in en je hebt geen kind meer aan negentig procent van de filmrecensenten."
De omstandigheden op filmfestivals versterken de indruk die Maltha van recensenten had en ongetwijfeld nog altijd heeft. Ze gaan massaal naar Venetië en Cannes, ze stoppen zich daar vol met betaalde drankjes en hapjes waarna ze zich met zijn tienen of twaalven aan tafel begeven met George Clooney, de gebroeders Coen of Charlize Theron.
Nou gebruik ik nog het woord film-'journalisten', omdat ik mijzelf en mijn naaste collega's graag tot die andere tien procent reken. Maar juist op filmfestivals loopt allerlei volk door elkaar. In Venetië bijvoorbeeld ging burn after reading in première, een plezierig-zwarte komedie van de gebroeders Coen. Ter opluistering waren de broers naar Venetië gekomen, met hoofdrolspelers Brad Pitt en George Clooney. Er was een persconferentie in een afgeladen zaal. Ik wilde de broers vragen of de ogenschijnlijke ritmiek in hun oeuvre (de afwisseling van zwaardere en lichtere films) het resultaat is van weloverwogen strategie of van luimigheid; kijken ze bij het schrijven aan het grimmige no country for old men al verlangend uit naar een volgend, lichter project? Maar zo'n vraag wordt in de mêlee maar half begrepen en voor ik ze kon corrigeren, hipte er een Spaans meisje naar voren met een strak sportbroekje om haar billen en een cameraman in haar kielzog om te vragen of Brad (smekend uitgesproken als Breeaad) eens van het podium wilde afkomen om haar achterna te rennen. En voor 'Breeaad' goed en wel nee had kunnen zeggen vroeg een Japanse roddeljournaliste aan 'Bwèt' hoe het met de tweeling ging. Goed, zei Bwèt.

Grote Namen
Klagen over de domheid van anderen is zinloos en ijdel en daar gaat het ook niet om. Het gaat erom dat je op die grote festivals — voor de meeste journalisten de enige manier om wereldberoemde en toch interessante filmmakers als de gebroeders Coen, of Clint Eastwood of Wong Kar-wai te spreken — geen andere omstandigheden voor een interview kunt creëren. De pr-bureaus beslissen welk medium met welke beroemdheid mag spreken. En ze wijzen de collega's aan met wie je dat tegelijkertijd moet doen. Roddelbladen, vakbladen, weekbladen en dagbladen zitten aan zulke tafels elkaars tijd te verdoen.
Wat is het resultaat in de krant? Het wordt gepresenteerd als een interview dat Bas Blokker voor NRC Handelsblad afnam van de gebroeders Coen, maar slaat dat wel ergens op? Weten de bezoekers dat ik een uur in de rij heb gestaan om bij een of twee monopolistische pr-bureaus genadebrood te eten? Dat ik misschien liever een heel andere filmer uit hun stal had willen spreken? Maar dat die voor mij niet beschikbaar werd bevonden? Dat ik best ook met Pitt of Clooney had willen praten? Het pr-bureau heeft bepaald dat NRC Handelsblad met de Coen-broers mag spreken. En dat betekent dat ik in twintig minuten of een half uur één, hooguit twee vragen kan stellen; de rest van de tijd zijn anderen aan de beurt. Ik noteer dus voor NRC Handelsblad antwoorden op vragen die ik zelf helemaal niet had willen stellen. En ik doe dat omdat ik weet dat élk antwoord van zulke beroemdheden gewild is, zelfs in serieuze kranten. Daarmee komen we bij de andere kant van de medaille: de vraagzijde.
Op dit punt aanbeland zou elke lezer of elke collega kunnen zeggen: als je het journalistiek zo onverantwoord vindt, dan doe je er toch niet aan mee? Dan doe je toch iets anders? Dan interview je toch in Cannes en Venetië filmmakers als Lou Ye, György Pálfi of Abdel Kechiche, die je wel één op één kunt spreken? Of als het allemaal niet lukt, dan maak je toch alleen nog maar interviews op het Filmfestival Rotterdam, waar je ruim de tijd krijgt om de interessantste jonge makers te spreken?
Natuurlijk, dat kan en dat moet. Ook. Maar de filmjournalist kan zich niet helemaal onttrekken aan de veemarkt op de grote festivals en dat heeft alles te maken met een andere kracht in dit krachtenspel. Jan Pieter Ekker heeft daar eerder voor Skrien over geschreven. Hij vroeg zich af welke ruimte er in dagbladen nog is voor serieuze filmkritiek en -journalistiek. Hij signaleerde, vooral als vaste medewerker van de Volkskrant, een toenemende vraag van de redactie naar Grote Namen.
Of die vraag tóenemend is, wil ik in het midden laten. Feit is dat de vraag groot is, of anders gezegd: dat de belangstelling van redacties groter is voor bekende namen dan voor bijzondere nieuwe ontdekkingen. En dat het moeilijk is voor een specialist om zich daaraan te onttrekken.
Als ik voor NRC Handelsblad de dure reis maak naar Cannes, dan doe ik dat in de wetenschap dat ik er zoveel mogelijk uit moet halen aan kopij voor de krant (en voor NRC Next en de website nrc.nl). Dat is een kwestie van vraag en aanbod. Als ik elke dag aan kom met Lisandro Alonso, Apichatpong Weerasethakul of Cristian Mungiu, dan kan ik bij terugkeer vaststellen dat de stukjes kleiner en kleiner werden in de krant, dat er geen foto's meer bij zijn geplaatst en dat de positie op de pagina daalt van boven naar beneden. Waarom? Omdat, hoe wervend ik ook schrijf over bijzondere artistieke films, ze bij gebrek aan houvast minder belangrijk lijken voor de redacteuren op het hoofdkantoor in Rotterdam.
Ik geef een heel ellendig voorbeeld: the da vinci code, in 2006 openingsfilm van Cannes. Iedereen was het er over eens dat dit een draak was. Toch hebben er die week niet minder dan vijf stukken over in NRC Handelsblad gestaan; drie had ik op verzoek van de redactie geschreven vanuit Cannes, de andere twee zijn door de redactie zelf gemaakt op basis van persbureauberichten. Op de redactie waren ze domweg benieuwder naar de hypefilm dan naar iklimler, summer palace of lights in the dusk — films uit dezelfde editie.
Het zijn twee krachten die op de filmjournalist inwerken en hem/haar in dezelfde richting dwingen: die van het gebaande pad. Het is aan de journalist om daar doelbewust af te stappen — maar ik zal niet zeggen dat het me vaak genoeg is gelukt.

Bas Blokker


top
Artikelen
De beste films van 2008
Singapore Biennale Een achterhaald onderscheid

Interviews
Claire Simon over LES BUREAUX DE DIEU Feministische beschermengelen
Coco Schrijber over BLOODY MONDAYS & STRAWBERRY PIES Je gaat naar buiten en je denkt niets
Froukje Tan over LINKS Ook u heeft hersenletsel
Pierre Schöller over VERSAILLES Guillaume Depardieu als nobele wilde
Take 5: Van Praag strikes back

Rubrieken
Boeken Gesneden koek
Duidelijk Lege matras
Filmbladen De slechtste films van 2008
De geruchtenmachine
Mening
Mijn Mening
De Pers Over
Scherpstellen Genadebrood eten
Thuiskijken
Vergeten zilver De schurk van dienst
Uitgelicht
Verwacht
World Wide Angle


Recensies
12 Therapiegroep voor mannen op leeftijd
AUSTRALIA Nicole Kidman: Queen of the desert
BLOODY MONDAYS & STRAWBERRY PIES Slagroom spuiten
THE BOY IN THE STRIPED PYJAMAS Gezichten. Geluiden. Vragen.
BUDDHA COLLAPSED OUT OF SHAME De wolven en het meisje
LES BUREAUX DE DIEU Spreekuur bij de Almachtige
BURMA VJ — REPORTING FROM A CLOSED COUNTRY Media warriors
CALLING E.T. Geduldig luisteren de radiotelescopen
CHACUN SON CINÉMA 36 regisseurs maken nog geen zomer
ELDORADO Puur Waals goud
FROST/NIXON Verbaal boksen
HAMLET 2 Waren alle hoofdpersonen uit het origineel niet al dood?
LINKS Om van alle kanten verliefd op te worden
MILK Politiek, menselijk, 'out there' en speels
PUBLIC ENEMY NO. 1 — PART 1 & 2 Meester en slaaf van zijn lot
SONG OF THE SPARROWS (AVAZE GONJESKJ-HA) Kop-in-het-zand-film?
STANDARD OPERATING PROCEDURE Getuige zijn, 24 keer per seconde
SURVEILLANCE Een echte Lynch, nee niet die Lynch
VALKYRIE De knal die miste
VERSAILLES Bewust zwerven