Jackie
Sieranevada
Moonlight
Personal Shopper
Paterson
Errol Morris Errol Morris

Veertig jaar fascinatie voor het abnormale

De Amerikaanse documentairemaker Errol Morris is hoofdgast op het International Documentary Filmfestival Amsterdam, met een mini-retro en een Top 10. De Filmkrant sprak met de man die het voor elkaar kreeg om met zijn documentaire The Thin Blue Line een moordzaak op te lossen: 'Ik geloof niet in duivelse mensen, maar in duivelse daden.'

Door Omar Larabi

Je zou hem het best een regisseur-rechercheur kunnen noemen: de Amerikaanse documentairemaker Errol Morris (1948). De afgelopen veertig jaar kreeg hij de meest uiteenlopende mensen voor de camera: laconieke cipiers, defaitistische ministers van Defensie of onachtzame boerenkinkels. Ze hebben één ding gemeen: ze zien zichzelf anders dan dat het publiek ze ziet. Morris ondervraagt ze en zoekt naar de waarheid achter die uiterlijke schijn. Soms met sensationele gevolgen. Zo staat zijn moorddocu The Thin Blue Line (1988) nog steeds bekend als een van de weinige films die erin slaagden een politieonderzoek zo over te doen dat de werkelijke dader achter de tralies kwam. Morris is eregast op het komende International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA), waar de meeste van zijn films de afgelopen jaren trouw werden vertoond. Het is juist de mix van extreme vlieg-op-de-muur-films (met de Interrotron-camera als beste voorbeeld: een "interviewende camera" waarachter Morris als ondervrager en regisseur helemaal verdween) en soms grote ingrepen in de documentairetaal door ensceneneringen, pathos en drama die zijn werk zo karakteristiek maakt. IDFA vertoont zes films van Morris, van het klassieke moordonderzoek in The Thin Blue Line (1988) tot het ijselijke The Unknown Known (2013) over de voormalige Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld. Daarnaast heeft de doorgewinterde cineast een top tien samengesteld, met opvallend veel innovatieve en avantgardistische filmmakers als Luis Buñuel, Dziga Vertov en Chris Marker. Ook Werner Herzog, een van Morris' boezemvrienden, mag met zijn Fata Morgana (1971) niet ontbreken. Het kan ook niet anders, gezien de opmerkelijke band die de twee hebben sinds de jaren zeventig. Herzog daagde Morris uit: als hij zijn debuutfilm wist af te ronden, dan zou hij zijn schoen opeten. Twee jaar nadat Morris debuteerde met Gates Of Heaven (1978) verscheen Werner Herzog Eats his Shoe.

The Thin Blue Line


Cinema vérité
De basis van Morris' werk ligt in de cinema vérité — de documentairestroming waarin de werkelijkheid nauwkeurig wordt geobserveerd, en zo min mogelijk beïnvloed wordt door de aanwezigheid van camera, makers en crew, om zo (nieuwe) feiten en inzichten aan het licht te brengen. Aangevuld met de voor hem zo karakteristieke onconventionele interviewtechnieken en film noir-achtige reconstructies is Morris uitgegroeid tot een van de belangrijkste Amerikaanse documentairemakers van de laatste dertig jaar. Zijn invloed is onder andere zichtbaar in het werk van Andrew Jarecki, bekend van Capturing the Friedmans (2003) en het onlangs gelauwerde The Jinx (2015).
Vanuit zijn kantoor in Boston vertelt Morris aan de telefoon hoe hij graag ongebruikelijke zaken voor het voetlicht brengt, en hoe onalledaagse obsessies hem intrigeren: "Ongetemd irrationeel denken is onderdeel van de mens. Ik vergelijk het met mijn jeugd. Als kind wist je het verschil tussen juist en onjuist, maar in een woordenwisseling met de buurjongen, die een kop groter was, verdwenen deze normen naar de achtergrond." Die irrationaliteit staat centraal in Morris werk, dat opgedeeld kan worden in drie soorten films: portretten van unieke individuen, historische rectificaties en true crime.
In de portretten staan excentriekelingen centraal: van de apathische oprichter van een dierenkerkhof in Gates of Heaven (1978), de kibbelende pastoor in Vernon, Florida (1981) tot het latere Fast, Cheap & Out of Control (1997), waarin een leeuwentemmer, robotmaker, hovenier en bioloog worden gevat in een mozaïekvertelling. Uit de films blijkt hoezeer Morris een epistemoloog is, altijd op zoek naar kennis over de ondoorgrondelijkheid van de mens. Zijn voortdurende verwondering voor merkwaardige figuren maakt hem bovendien tot een moderne antropoloog. Morris licht toe: "Iedereen lijdt aan waanvoorstellingen, bij de een extremer dan bij de ander." Al vanaf het begin van zijn carrière weet hij deze extreme gevallen te vinden.

The Unknown Known


Holocaustontkenner Fred Leuchter
Morris probeert hun handelingen en redenaties te begrijpen, zoals bij zakenman Fred Leuchter uit Mr. Death: The Rise And Fall Of Fred A. Leuchter Jr. (1998). Leuchter bouwt en repareert op verzoek elektrische stoelen en aanverwante executieapparatuur. Hij ziet zichzelf als een humanist, omdat zijn apparaten een snelle en pijnloze dood garanderen. Uit de documentaire ontstaat een ander beeld, van een Holocaust-ontkennende retoricus met zijn eigen normen — volgens zijn onderzoek zouden de gaskamers niet hebben bestaan.
Morris benadrukt Leuchters zelfmisleiding en zelfbedrog: "Fred woont in een fantasiewereld die hij zelf heeft gecreëerd. Toen de film vrijwel af was, en ik deze aan hem liet zien, bleef hij geloven dat de gaskamers nooit hebben bestaan. Door te suggereren dat er dan waarschijnlijk duizenden elektrische stoelen in Berlijn hebben gestaan, bedacht hij een passende oplossing voor de grootschalige vernietiging van de mens." Toch beschouwt Morris de eigenaardige Leuchter geenszins als dorpsgek. "Hij blijft een merkwaardig wezen, maar hij is geen idioot, ondanks de idiote dingen die hij zegt."

Irakoorlog
De gedachte dat ook weldenkende mensen irrationeel kunnen handelen, is zichtbaar in de historische rectificaties van Morris — films waarin belangrijke historische gebeurtenissen nog eens onder de loep worden genomen. In The Unknown Known, over de Irakoorlog, verschuilt voormalig minister van Defensie Donald Rumsfeld zich tijdens interviews continu achter nietszeggende kreten. Met een jongensachtige glimlach pareert hij gevoelige vragen over de misstanden in Guantanamo Bay. Alles wordt gevat in definities en procedures. De scène waarin een document over verhoortechnieken ter sprake komt, spreekt boekdelen. Dat gevangenen soms acht tot tien uur moeten staan, kan volgens hem amper als marteling worden gezien. Op sommige lange werkdagen, moet hij ook lang rechtop staan.
Het is een verbluffende achteloosheid, waar Morris ook iets gevaarlijks in ziet: "Voor mij is Rumsfeld de personificatie van zelfvoldaanheid. Daarin zit het kwaadaardige element. Je vraagt je af of hij werkelijk zo'n onbezonnen blik op de wereld heeft, of dat hij simpelweg niet bereid is om de ernstige implicaties van zijn beleid te onderkennen." Daarmee verschilt Rumsfeld volgens Morris van die andere minister van Defensie, Robert S. McNamara, die dezelfde functie bekleedde tijdens de Vietnamoorlog en werd geïnterviewd in het met een Oscar bekroonde The Fog of War (2003): "De Vietnamoorlog is niet McNamara's oorlog, of die van Kennedy. Het is de oorlog van Lyndon B. Johnson (Amerikaanse president van 1963 tot 1969), de werkelijke dirigent."

The Fog of War


Geschiedenis herschrijven
Hieruit blijkt Morris' gedrevenheid en motivatie om via zijn personages de geschiedenis te herschrijven. "Ik ga terug naar het verleden, om uit te zoeken wat er werkelijk heeft plaatsgevonden." Zo worden historische gebeurtenissen in een nieuwe context geplaatst. Morris vertelt hoe foto's van gemartelde gevangenen in de Abu Graïb gevangenis in Irak in Standard Operating Procedure (2008) worden geherinterpreteerd: "Het is een ouderwetse wijsheid dat foto's de waarheid vertellen. Niemand had een poging gedaan om de foto's te duiden. Ze zijn genomen door soldaten in een oorlogssituatie, en alhoewel ik de oorlog al betreurde voordat deze was begonnen, kan ik niet ontkennen dat de situatie een stuk complexer was dan de foto's doen vermoeden."
De cipiers, die in de documentaire nogal harteloos overkomen, werden puur op basis van die foto's publiekelijk veroordeeld. De grens tussen goed en fout was nauwgezet afgebakend, maar de realiteit was anders, vertelt Morris: "Uiteindelijk blijkt dat de meeste bewakers voornamelijk observeerden. Ze waren in mindere mate betrokken bij de martelingen. Sommige foto's zijn zelfs op de eerste dag genomen, door soldaten die zichzelf beschouwden als onderzoeksjournalisten. Ze vonden dat de verschrikkingen niet in de doofpot mochten belanden."

Foto-analyses
Die gedachte valt ook te herkennen in Believing is Seeing (2011), een bundel van de foto-analyses die Morris maakte voor The New York Times. Foto's uit de wereldgeschiedenis worden onderworpen aan een minutieus onderzoek, voordat ze worden teruggeplaatst in het tijdsgewricht. Zo is Morris altijd aan het schikken en herschikken. De kaarten moeten, zoals de Amerikaanse president Franklin Roosevelt ooit zei, 'opnieuw worden geschud'. Het is onderdeel van Morris onuitputtelijke nieuwsgierigheid. Een kwaliteit die hem in de jaren tachtig goed van pas kwam, toen hij als privédetective werkte voordat hij zijn klassieker The Thin Blue Line (1988) maakte, een documentaire thriller over Randall Adams, een onschuldige man die vastzit voor de moord op een politieagent.
Morris vertelt over de geruchtmakende moordzaak: "Het staat buiten kijf dat een van de twee verdachten een politieagent heeft doodgeschoten. Iemand heeft een pistool gekocht en iemand heeft de trekker overgehaald." Morris reageert hiermee op de eeuwigdurende discussie over waarheidsvinding: "Het idee dat er geen waarheid is, ligt in onze diepzinnige intuïties over de waarheid. Je kan met allerlei aannames komen, bijvoorbeeld over het bestaan van parallelle werelden. Maar in mijn paradigma werd iemand doodgeschoten in West-Dallas." Hij citeert Phillip K. Dick: "Realiteit is datgene wat niet verdwijnt wanneer je er niet meer in gelooft."

Fast, Cheap & Out of Control


Instrumenten van misleiding
Dan rijst wel de vraag of de gestileerde realiteit van Morris, met close-ups, en filmische reconstructies, gefilmd vanuit verschillende hoeken, reëel is. Het zijn cinematografische kwaliteiten, die hij ook etaleert in zijn reclamespots. Als onderdeel van een zorgvuldig samengestelde verhaalwereld, waarin de hand van de regisseur vaak onzichtbaar is. Sterk aangezette klassieke muziek, gecomponeerd door Phillip Glass, maakt de beelden nog ondubbelzinniger. Eigenlijk zijn deze technieken instrumenten van misleiding. Je kan je niet aan de indruk onttrekken dat Joyce McKinney, in Tabloid (2010) op een vooropgezette manier wordt gepresenteerd aan de kijker — telkens wordt benadrukt dat de voormalige schoonheidskoningin, die haar verloofde ontvoerde, onbetrouwbaar is.
Het meest opvallende element van veel van Morris' films is de Interrotron, een soort autocue met een lens, waardoor de geïnterviewde rechtstreeks in de camera kijkt en dus rechtstreeks in de ogen van de kijker. Dat levert een reeks ijzingwekkende momenten op, wanneer McKinney, Rumsfeld en al die anderen achteloos grijnzen, in reactie op Morris' ondervraging. Waarom glimlachen ze? Hebben ze iets te verbergen? Zijn ze onwetend? Alhoewel het lijkt alsof we rechtstreeks in hun ziel kijken, en de personages beter leren kennen, benadrukt Morris het tegendeel: "Ik heb nergens het idee dat ik ze demystificeer." Het is alsof de mist rondom de mensen die hij interviewt, nooit is opgetrokken. Alsof hun werkelijke gedachten ongrijpbaar zijn.
Voordat Morris verdergaat met monteren — hij is druk met een Netflix-serie — komt Hannah Ahrendts theorie over de banaliteit van het kwaad ter sprake. Over hoe onvergeeflijke daden kunnen worden gemaskeerd met een glimlach, en hoe betrokkenen in hun kunstmatig ogende onschuld blijven verwijzen naar oorzaken buiten hun macht — de chain of command en bevel is bevel. Is het niet zo dat dit van toepassing is op veel van zijn personages? Morris kan zich hier niet helemaal in vinden: "Ik geloof niet in duivelse mensen, maar in duivelse daden."

Zie voor meer informatie over het programma idfa.nl


top
Artikelen
David Bowie at the Movies Wat nou Cracked Actor?!
Benjamin Barber vs the World Een terugkeer naar de gulden is typisch Jihad
Errol Morris Veertig jaar fascinatie voor het abnormale
Muziekdocumentaires op IDFA Muziek voor miljoenen

Interviews
Thomas Rosenboom over Publieke werken 'Ik kan het boek heel makkelijk loslaten'
Tom Fassaert over A Family Affair Geheimen en familievetes
Ester Gould over A Strange Love Affair with Ego 'We verwachten te veel van onszelf'
Dagur Kári over Virgin Mountain Stille mannen
George Ovashvili en Roelof Jan Minneboo over Corn Island De grond proeven
Grímur Hákonarson over Rams 'In Reykjavik vinden ze dit ook al een vrij exotisch verhaal'
Thomas Bidegain over Les cowboys 'Schrijver zijn is een beroep, regisseur een hoedanigheid'

Rubrieken
Redactioneel
Kort
Filmsterren
Actie!
World Wide Angle (NL) Lopende vrouw
Op ooghoogte IMAX
Thuiskijken
Het nieuwe kijken Oh James...
Boeken: Film Programming Curatoren van de cinema


Recensies
600 Miles 'No pasa nada'
Chorus Waar niemand aan wil denken
El Club (Pablo Larraín over) 'Een gevangenis zonder deuren'
Corn Island Niemandsland
Les cowboys Terug naar de vallei
The End of the Tour Op stap met David Foster Wallace
Er ist wieder da Adolf Hitler als knuffelbeer
A Family Affair De camera en de open wond
Glassland Wie zorgt er voor John?
The Hunger Games: Mockingjay — Part 2 Verplichte kijkmomenten nemen dramatisch toe
Ice and The Sky De Fransman die terug in de tijd ging
Is the Man Who is Tall Happy? Gedachtengraven met Noam Chomsky
De lange weg naar het Noorden (Tout en haut du monde) Volwassen worden in witte wildernis
Maryland In het hoofd van de lijfwacht
Mon roi Leugens, grote leugens en de liefde
Pawn Sacrifice Speel altijd voor de winst
A Perfect Day Cowboys en dooie koeien in Bosnië
Publieke werken Hoogmoed is van alle tijden
Rams Koppige schapen en IJslanders
Regression Spiegel voor sensatiezucht
Steve Jobs Onder hoogspanning
Steve Jobs: The Man in the Machine Onder hoogspanning
Suffragette Grimmige strijd voor vrouwenkiesrecht
Virgin Mountain Knellende liefde