Zero Days (Alex Gibney over)
American Honey
Loving
Gimme Danger — Long Live The Stooges
United States of Love
Low Definition Control (Malfunctions #0) FilmSlot

Reis langs filmfestivals

Hebben filmfestivals hun langste tijd gehad? Of floreren ze als nooit tevoren? Steeds meer nemen ze de taak op zich van traditionele distributeurs en vertoners: ruimte en context bieden aan films die zich van de mainstream onderscheiden. Een verslag van de Viennale en tips van drie andere festivals.

Het rommelt in de festivalwereld. Al wat langer natuurlijk maar de financiële crisis maakt ook hier in versneld tempo de pijnpunten zichtbaar. Aan de ene kant heb je de vicieuze cirkel van minder geld, minder films, minder gasten, minder pers, minder media-aandacht, minder zichtbaarheid, minder geld etc.. Aan de andere kant vervullen festivals steeds meer de taak die traditionele filmdistributeurs en, in het geval van Nederland, de filmtheaters laten liggen: het vertonen van films die zich van de mainstream onderscheiden. Dat al te onbeteugelde festivalvertoning er dan weer toe kan leiden dat bepaalde films helemaal niet meer worden aangekocht, zet vervolgens weer een nieuwe deprimerende cyclus in beweging.
Tegelijkertijd profileren met name de kleinere festivals zicht steeds meer als eenmalige cinematheken: plekken waar aandacht is voor duiding en context, het vertonen van (vergeten) klassiekers en het organiseren van retrospectieven van nieuwe en oude films die binnen een specifieke programmering een uitgesproken visie op filmgeschiedenis en de stand van zaken in de mondiale filmproductie geven. Door het evenementkarakter trekken ze zo juist weer meer bezoekers dan een traditionele cinematheek zou kunnen.
Ondertussen groeit de hoeveelheid nieuwe festivals nog steeds. En waar de A-festivals Berlijn, Cannes en Venetië steeds meer worden gekenmerkt door een voorspelbare dans om wereldpremières en mediahypes, is er juist op die kleinere festivals plek voor ontdekkingen en reflectie. Redacteuren en medewerkers van de Filmkrant bezochten dit najaar de festivals van Wenen, Cottbus, Mannheim en Thessaloníki. Allemaal mini-Rotterdammetjes, met een mix van premières, voorpremières voor de lokale markt en bijprogramma's waarmee ze zich een eigen signatuur willen aanmeten. Voor journalisten is al dat gereis ondanks het steeds grotere online aanbod van nieuwe festivalfilms nog steeds een must. Om regisseurs te spreken, in de hoop dat hun films op een of ander moment alsnog in Nederland zullen opduiken. En om films tot leven te zien komen binnen een programmering. Want dat onderscheid de festivalvertoning nu juist van de individuele bioscoopuitbreng. En daar valt in de toekomst de grootste winst te behalen.
Volgens Alessandro Raja in een Engelstalig interview op de site van het Bulgaarse Edno Magazine worden er per jaar 40.000 nieuwe films aan festivals aangeboden. Raja is een van de oprichters van festivalscope.com, een platform waar filmprofessionals online een selectie uit de programmering van een groot aantal festivals kunnen bekijken. Selectie is het toverwoord van de site, die zo een intermediair wordt tussen makers en programmeurs enerzijds en programmeurs en journalisten anderzijds. Er zijn plannen om festivalscope in de toekomst ook tegen betaling voor reguliere filmkijkers toegankelijk te maken.


Viennale 2011

Ondertussen zijn journalisten als intermediairs tussen film en publiek nog steeds grotendeels aangewezen op de visie van distributeurs en programmeurs, die steeds meer de rol van curatoren gaan vervullen. Een programma bestaat idealiter niet meer louter uit nieuwe films, maar uit een mix van nieuw en oud, bekend en onbekend, waardoor een dialoog tussen de verschillende filmkunsten van de wereld kan ontstaan. Het Weense festival de Viennale, dat elk jaar in oktober plaatsvindt, is wat dat betreft nog steeds een lichtend voorbeeld: uitgesproken keuzes, tegendraadse selecties, maar ook gewoon David Cronenbergs A Dangerous Method, omdat die film over de relatie tussen Freud en Jung zo goed bij de thuisstad van de psychoanalyse past, en eerdere festivalfavorieten als Lars von Triers Melancholia en George Clooney's The Ides of March, omdat die in Oostenrijk zullen worden uitgebracht. David Lynch werd gestrikt voor de trailer, en die bleek aan een minuut genoeg te hebben voor een raadselachtig minispeelfilmpje The Three R's (inmiddels overal online te vinden). Gecombineerd met een hommage aan de duistere genrecinema van Hong Kong-regisseur Soi Cheang en een nieuwe editie van het Jeonju Digital Project met films van Claire Denis, Jean-Marie Straub en José Luis Guerin — wiens filmcorrespondentie met Jonas Mekas de grenzen van persoonlijk filmmaken opzocht — levert dat een divers en dwars beeld op van films die met elkaar in gesprek gaan. De Viennale is een cinematische stadswandeling van een cinefiele flaneur. Soms met wel heel confronterend resultaat als je de locaties herkent waar je net langs bent gesjeesd of geslenterd in de wereldpremière van de dystopische documentaire Low Definition Control (Malfunctions #0) van Michael Palm over de manier waarop ons hele leven via bewakingscamera's en biometrische paspoorten in kaart wordt gebracht.
Het mag geen toeval heten dat de eerste film die ik dit jaar op de Viennale zag Alps heette. Maar dat was het natuurlijk wel. Alps heet eigenlijk Alpeis en is de tweede film van Giorgos Lanthimos (Dogtooth) die in Venetië al in première ging en inmiddels ook voor distributie in Nederland is aangekocht. Alps heeft weinig met Oostenrijk of met Alpen te maken, of het moet zijn dat het de naam is van een vreemd genootschap van mensen dat klaar staat om na de dood van een geliefde zijn of haar rol over te nemen. Ze noemen zich om onnavolgbare redenen naar de bergen uit de Alpen, "omdat de Alpen onvervangbaar zijn." Alps gaat over relaties. Over de vraag wat mensen voor elkaar betekenen. En in hoeverre die relaties inwisselbaar zijn. Zwartgallig en geestig, en net zoals in Dogtooth ook gemeen, onvoorspelbaar en wreed, omdat er altijd iemand is die zich niet aan de spelregels houdt. Voor Viennale-bezoekers zit er ook een grapje in. Op een gegeven moment vraagt de vervang-dochter aan haar surrogaatvader (dat denk je althans, want op een gegeven moment is elke relatie in de film een substituut-verhouding) wat de favoriete muziek van haar moeder was. "Harry Belafonte", zegt hij. En laat ik met hem nou een uur daarvoor nog in de lift hebben gestaan, want aan Belafonte is dit jaar een 'Tribute'-programma gewijd; als acteur en muzikant, maar ook als politiek activist, zoals belicht wordt in de nieuwe documentaire Sing Your Song (Susanne Rostock, 2010).

Zonder cynisme
Festivaldirecteur Hans Hurch is wars van elke vorm van consumentisme, zoals hij ook weer in zijn openingstoespraak beklemtoonde. "Festivals moeten momenten van herkenning, van vreugde, van schok en van inzicht teweeg brengen", zei hij, "zonder pretentie, belangen, interventie, cynisme, alledaagsheid." Dat betekent dat je als bezoeker/toeschouwer aan het werk moet, en dat kan omdat het festival relatief klein en overzichtelijk is (zes doeken, inclusief het Filmmuseum waar het gezamenlijk met de Viennale georganiseerde Chantal Akerman-retrospectief liep). Waar festivals wereldwijd steeds meer op supermarkten beginnen te lijken is de Viennale meer een mix van een designshop, een uitdragerij en museum, een plek waar de uitbaters dingen verzameld hebben die ze zelf mooi, vreemd, de moeite waard en weerbarstig vinden. Je hoeft er niet eens iets te kopen. Je mag ook gewoon kijken. Naar de manier waarop de American indie voortleeft in het werk van Joe Swanberg of Azazel Jacobs die zijn vierde speelfilm Terri presenteerde. Of zelfs in de conventionelere thriller Take Shelter van Jeff Nichols, vol knipogen naar Hitchcock en Polanski. Of het uiterst persoonlijke, soms pijnlijke familieportret Papirosen van de Argentijnse filmmaker Gaston Solnicki. Een film die de grenzen van biografisch filmmaken tart door zich uiterst lucide en kwetsbaar op te durven stellen. En aan de andere kant was er dan het conceptuele spel van The Day He Arrives van Zuid-Koreaan Hong Sang-soo, een film over een filmmaker, die in een tijdlus terechtkomt, beetje Groundhog Day-achtig, omdat alles voor hem fantasie en potentieel filmisch is. Die duikt vast op in de IFFR-programmering. Een ideale film om ook daar in Rotterdam straks de hele stad als een gigantische cinefiele speelplaats te gaan ervaren.

Dana Linssen

Welke andere festivalfilms tipt de Filmkrant voor toekomstige vertoning in Nederland? 


Filmfestival Cottbus
Spannend decor voor grensverleggende Oost-Europese film

Het kleine Cottbus, ruim honderd kilometer ten zuidoosten van Berlijn, noemt zich 's werelds belangrijkste podium voor de Oost-Europese film. Met recht.

Waar ter wereld tref je alleen films uit Spanje of Zuid-Korea aan als ze zich in Oekraïne afspelen of over Roemeens gastarbeiders gaan? Het Filmfestival Cottbus heeft zich al 21 jaar gespecialiseerd in de Oost-Europese film. En ook tijdens zijn meest recente editie, begin november toonde het zich weer alleszins vitaal, met veel grensverleggende producties in dubbele zin. Productioneel en thematisch werden vele staatsgrenzen overschreden. Een Servische vader gaat in Daca bobul nu moare (If the Seed Doesn't Die) naar Roemenië om het lijk van zijn zoon te zoeken, terwijl een Roemeense vader in Kosovo zijn dochter zoekt. Sinisa Dragins film zit vol dreiging, maar wordt gepresenteerd als een luchtig spel van culturele misverstanden, met de grensrivier de Donau als magische ontmoetingsplaats. Ook met zulke surrealistische of magische elementen, soms in de vorm van animaties, waarmee de grenzen van de speelfilm worden afgetast, kan deze Roemeense film model staan voor de selectie van Cottbus. De Oost-Europese film van nu verbeeldt existentiële thema's op een lichte en speelse toon. De doorsnee-competitiefilm op het grote Duitse zusterfestival de Berlinale steekt er als een sentimentele draak bij af.

Grensgebied
Cottbus ligt in grensgebied, vlak bij Polen. De filmselectie, met al die aandacht voor grensoverschrijdende zones, is tevens een reflectie op de eigen randpositie. Het stadje zou zelf het perfecte decor kunnen vormen voor twee volstrekt tegengestelde films, zonder dat je iets aan de omstandigheden hoeft te veranderen. De eerste van die films zou een thriller zijn in een uitgestorven en duister oord, zoals Cottbus dat na vijven 's middags is — zelfs in de filmfestivalweek. Iedereen die nog wat van het leven wil, is hier allang weg. Een schim beweegt zich, struikelend over opgebroken wegen, tussen Gagarin-, Liebknecht- en Karl-Marx-Straße. Zoekt hij een prooi? Wordt hij zelf achtervolgd, zoekt de stad zijn moordenaar? Heeft hij een Stasi-verleden? Hoe dan ook vindt de shoot-out plaats in de kraters van de bruinkooldagbouw, waarmee het energiebedrijf Vattenfall de oude buitenwijken van Cottbus opvreet.
De tweede film speelt zich af in het levendig-futuristische decor, dat Cottbus eveneens te bieden heeft. In de ochtendlijke herfstzon doet de stad weldadig pijn aan de ogen. Van de Oost-Duitse gatenkaas is een architectonisch innovatief geheel gemaakt, dat authentieke art deco verbindt met gerenoveerde bakstenen fabriekshallen en nieuwgebouwde glazen hoogstandjes. Duizenden studenten krioelen over de universiteitscampus. Een eigentijds relatiedrama tekent zich al af. Voor het happy end zorgt de grote filmfestivalsponsor Vattenfall, die — aldus zijn Werbungsfilm vóór elke competitiebijdrage — idyllische meren aanlegt in de uitgeputte bruinkoolkraters en voor de studenten een mooie toekomst in spe heeft.

Sovjetfilm
Terug nu naar het filmfestival, waar de bezoeker voor 22 euro vijf films naar keuze kon zien — kom er elders maar eens om. Hij had dan dikke kans op geanimeerde intermezzo's te stuiten. Blood Drop (officieel gespeld als 'Bloodrop') is een fraai voorbeeld. De Russische filmmaker Alexej Popogrebsky, winnaar van drie Zilveren Beren op de afgelopen Berlinale voor How I Ended This Summer (o.a. voor de fotografie) geeft in zeven minuten een surrealistische interactie vorm tussen een jongen (een acteur van vlees en bloed) en een schilderijtje aan zijn kamermuur. Blood Drop blijkt zelfs online te zien, waarbij het spel met de twee- en driemensionale werkelijkheid net iets minder uit de verf komt.
De lange Russische competiebijdrage Indifference speelt in zijn hommage aan de sovjetfilm van de jaren zestig een geraffineerd spel met acteurs en animaties (zie de tip hieronder). Maar de meest radicale bijdrage aan dit vitale spel met de getekende en de geacteerde werkelijkheid kwam uit Polen. Sailor was de Geheimtip voor Cottbus van het Poolse filmfestival in het nabije Wroclaw. Regisseur Norman Leto voert in Sailor een weirde jonge wetenschapper op, die er zijn levenswerk van maakt het brein van genieën morfologisch te onderscheiden van het doorsneebrein en dat van volstrekte dumbo's. Hij zet zijn theorie om in krankzinnige animaties.

Uitwassen
De volledig geanimeerde Roemeens-Poolse productie Crulic — Drumul spre dincolo (Crulic — The Path to Beyond; in Nederland vertoond op het Noordelijk Film Festival) viel dubbel in de prijzen. Regisseur Anca Damian tekende het waargebeurde relaas van de Roemeense immigrant Crulic, die onschuldig in de Poolse gevangenis belandde. Ook een andere Poolse en een Russische film hadden de willekeur en uitwassen van het justitie- en politieapparaat in eigen land tot onderwerp — actueel en kritisch.
De Balkan was sterk vertegenwoordigd, met name met genoemde grensoverschrijdende films. Cottbus presenteerde diverse coproducties uit landen waar de vijandige sentimenten tegenover elkaar bepaald niet zijn uitgeroeid. Dat is hoopgevend voor zowel de kunst als de werkelijkheid. Zoals Neprijatelj (The Enemy) van Dejan Zecevic — de titel zegt het al. Deze Servische-Montenegrijnse film werd gecoproduceerd met partners uit Bosnië-Hercegovina, waaronder het ministerie van Cultuur, uit de Servische enclave Srpska in Bosnië, uit Kroatië en Hongarije. Ook in deze film ontbreekt het magische element niet. Dat voldoet uitstekend om het zeer realistische drama op scherp te zetten.

Annemieke Hendriks

Crulic — The Path to Beyond

Films uit Cottbus die in Nederland te zien zouden moeten zijn:

The Enemy
Neprijatelj (The Enemy) van Dejan Zecevic (Servië/Montenegro 2011) gaat over de oorlog zoals die woedt in de hoofden van de betrokkenen, wanneer het weer vrede is. De film speelt zich in 1995 af in de Bosnische heuvels. Een commando van een man of tien zit opgesloten tussen de zelfgelegde mijnen, die het nu als vredesmacht moet verwijderen. Het radiocontact met de buitenwereld functioneert niet. De mannen zitten opgescheept met een gevangene die zich nogal vreemd gedraagt. Is hij de duivel zelve of slechts de spiegel van hun gekwelde zielen? Hij maakt onverwerkte oorlogstrauma's wakker, met dramatische gevolgen. De kracht van de film zit in de voelbare onontkoombaarheid van de benarde veste, in het formidabele spel en de sterke dialogen.

Indifference
De Russische muziekclipmaker Oleg Flyangolts nam zijn Bezrazlichie (Indifference) rond 1990 op, maar kon de film door geldgebrek pas in 2010 (digitaal) voltooien. Deze ode in zwart-wit aan de nouvelle vague laat Moskou's verveelde jeugd van de sixties zien, gelardeerd met gangster- en ruimtevaartfantasieën, soms getekende. Onvergetelijk is het echte hondje dat wordt geanimeerd tot sovjet-kosmonautje. De Grote Prijs op het festival van Sotsji.

The Hourglass
Regisseur Szabolcs Tolnai inspireerde zijn productie Fövenyora (The Hourglass) op Danilo Kis' roman uit 1972 (Nederlands: De zandloper). Evenals Kis heeft Tolnai een Hongaars-Servische afkomst, en evenals de grootheid van de Joegoslavische letteren blikt de regisseur op surrealistische (magisch-realistische) wijze terug op Holocaust en stalinisme. Nadat de producent van The Hourglass (Hong./Serv. 2007) een uitnodiging voor de Rotterdamse Tiger Award Competitie in de wind had geslagen, zoals Tolnai in Cottbus vertelde, heeft de film internationaal nooit meer de erkenning gekregen die hij verdient.

Tenslotte een dvd-tip: The Other Chelsea — A Story from Donetsk
Nog een film die in Nederland beter verdient. De documentaire van Jakob Preuss (Duitsland 2010) moest het voor zijn wereldpremière doen met de sectie First Appearance van het IDFA, om daarna elders mooie prijzen te winnen. De film pendelt tussen een vervallen mijn en een door een oligarch zwaar gesponsorde voetbalclub in het Oekraïense Donetsk. Preuss zit ontroerende mijnwerkers en een loslippige jonge, populistische politicus op de huid. Wat hen bindt? De succesvolle voetbalclub Sjachtjor — zij het uit verschillende motieven. Door Oost-Europakenner Preuss als Oost-West-parabel verfilmd en vanwege het aanstaande EK voetbal in Oekraïne hoogst actueel.
De Engels ondertitelde dvd, met veel extra's achter de schermen, verschijnt eind 2011.


Filmfestival Mannheim
Valt er nog iets te ontdekken?

Mannheim-Heidelberg afficheert zich als het festival waar Lars von Trier en Atom Egoyan hun eerste films vertoonden. 2011 is het jaar van de zestigste editie.

1 Regels
De huidige directeur van het Filmfestival Mannheim-Heidelberg Michael Kötz heeft weinig op met Hollywoodfilms. Hij zei het niet met zoveel woorden, maar het klonk overduidelijk door in zijn openingstoespraak waarin hij een soort verantwoording aflegde. Hij houdt cinema als kunstvorm hoog en draagt filmmakers die niet de bestaande conventies volgen een warm hart toe.
En als om te bewijzen dat hij zich zelfs niet aan zijn eigen regels hoeft te houden, had hij als opening de IJslandse komedie Our Own Oslo gekozen, een film die een heleboel regels van het genre juist wel volgt. Zoals de afspraak dat wanneer een liefdeskoppel in de eerste vijf minuten al in bed belandt je weet dat er moeilijkheden op til zijn. Zoals hier gebeurt wanneer een nogal conservatieve vrijgezel per ongeluk verliefd wordt op een chaotische ex-gokverslaafde. Een hit in IJsland en een licht te verteren traktatie voor het openingspubliek hier, maar een film die de vlag van Mannheim-Heidelberg als ontdekkingsfestival hooghoudt is het toch moeilijk te noemen.

2 Vaders
Hebben de programmeurs van Mannheim-Heidelberg een zwak voor films over familierelaties, of is het gewoon een voor de hand liggend onderwerp voor beginnende makers?  In voorgaande edities van het festival dook het onderwerp al regelmatig op, en deze keer draait het in vijf van de vijftien competitiefilms om vaders. In het heftig uitpakkende Poolse drama Fear of Falling (Lek wysokosci) probeert een televisiejournalist het contact met zijn schizofrene vader te herstellen. Lichtvoetiger is de zoektocht in de charmante Roemeense road movie Phantom Father (Tatal fantoma). In het Belgische Fils unique doet een zoon juist wanhopige pogingen om zich los te maken, terwijl in de grimmige Israëlische mozaïekfilm Dusk (Bein Hashmashot) een vader van zijn voetstuk valt. Het meest indrukwekkend was het Belgische debuut Elle ne pleure pas, elle chante, over de verwerking van seksueel misbruik.

3 Toen...
Tijdens deze zestigste editie werd er ook veel teruggekeken, onder andere in de documentaire Sinnlichkeit & Wahrheit die Kötz persoonlijk voor deze gelegenheid had gemaakt. Toen in 1952 die eerste 'Kultur- und Dokumentarfilmwoche', zoals het festival aanvankelijk heette, plaatsvond, was het puin van de Tweede Wereldoorlog nog niet overal opgeruimd. Die eerste films gingen vooral over problemen en andere leerzame zaken, maar dat was revolutionair genoeg om 20.000 bezoekers te trekken. Een andere revolutie diende zich in Mannheim aan toen in de jaren zestig de generatie van Rainer Werner Fassbinder het podium betrad. Spraakmakend waren ook de discussies die Michael Kötz als pas aangetreden directeur in de jaren negentig organiseerde.

4... en nu
De reputatie van Mannheim-Heidelberg is verdiend, maar het stemt ook een beetje weemoedig. Is het evenement niet wat tam geworden? Wordt het niet tijd voor nieuw rumoer? Kötz noemt de situatie van het festival redelijk gezond. De betrokken overheden die het financieel ondersteunen staan nu allemaal achter het evenement, al moet de coproductiemarkt Mannheim Meeting Place nog op een houtje bijten. Maar de huidige programmering oogt eerder degelijk dan uitdagend en de laatste filmmaker die je een echte ontdekking kan noemen is de Deen Nicolas Winding Refn. Deze maakt nu furore met Drive en was in 2003 in Mannheim present met Fear X.

5 Ontdekkingen
Hoe was die clichématige Argentijnse vakbondsfilm Industria Argentina in de competitie verzeild geraakt? En drijft Kinyarwanda over de Rwandese genocide niet zwaar op goede bedoelingen? Sommige titels vielen toch moeilijk te rijmen met de idealen van de programmering. Natuurlijk kan er niet ieder jaar een nieuwe Jim Jarmusch of Wim Wenders opstaan. Daarnaast is de competitie tussen festivals bij het binnenhalen van nieuw talent tegenwoordig veel groter dan in de begintijd van het festival.
Gelukkig toch ook een paar echte verrassingen. Een uitschieter is het Canadese Le vendeur, het opmerkelijke en in zekere zin gedurfde regiedebuut van Sébastian Pilote. Hoewel ogenschijnlijk niet meer dan de kalme kroniek van een aantal dagen uit het leven van een oudere autoverkoper gebeurt er toch iets waardoor je er achteraf met diepe ontroering op terugkijkt. Eerder dit jaar kreeg de film in San Fransisco al de Prijs van de Internationale Kritiek. Wild Bunch brengt Le vendeur volgend jaar in Nederland uit.

Leo Bankersen

Elle ne pleure pas, elle chante

Films uit Mannheim die in Nederland te zien zouden moeten zijn:

Elle ne pleure pas, elle chante
Dit ingetogen maar haarscherp neergezette drama over seksueel misbruik heeft een opmerkelijk vertrekpunt. De vader van de 27-jarige Laura raakt door een verkeersongeluk in coma. De jonge vrouw werd als kind langdurig door hem misbruikt en ziet nu haar kans de rekening te vereffenen. Gezeten aan zijn bed vertelt ze hem wat hij haar allemaal heeft aangedaan. Eerste speelfilm van Belgische documentairemaker Philippe de Pierpont.

Au cul de loup
Christina, bijna dertig en een culturele studie achter de rug, had meer van het leven verwacht dan een baantje in een pizzeria en een vriend met weinig ambitie. Wanneer ze onverwacht een huisje op Corsica erft ziet ze kans te ontsnappen. Het had gemakkelijk in de richting van een romantische feelgood movie af kunnen glijden, maar regisseur en scenarist Pierre Duculot kiest voor een opvallend genuanceerde en ontroerende benadering.

Un cuento chino (Chinese Take-Away)
Een wanhopige Chinese jongeman wordt in Buenos Aires uit een taxi gesmeten, recht voor de voeten van Roberto, een norse vrijgezel die buitengewoon onhandig in de omgang is. Zelfs wanneer de aandoenlijke Mari, naar wie hij ooit verlangde, hem openlijk haar liefde verklaart weet hij nog niet hoe hij reageren moet. Nu zit hij opgescheept met die Chinees die geen woord Spaans spreekt. Tragikomisch, absurdistisch, hartverwarmend en serieuzer dan je zou verwachten wanneer tenslotte duidelijk wordt waarom Roberto de lust in het leven is kwijtgeraakt.


Filmfestival Thessaloniki

Burros
Een van de uitschieters in de competitie van het 52e Filmfestival van Thessaloniki was het Mexicaanse melodrama Burros (Donkeys). De
magisch-realistische vertelling gaat over een jongetje dat bij een tante wordt ondergebracht, nadat zijn idealistische vader door feodale
landeigenaren vermoord is. Naar de exacte politieke verhoudingen op het Mexicaanse platteland in de jaren 1940 moet de kijker raden. In plaats daarvan volgt debutant Odin Salazar Flores het naar zijn eigen vader gemodelleerde jongetje, dat in toverachtige scenes geesten ziet verschijnen, die hem uiteindelijk helpen thuis te komen. Naast de geesten die we door de ogen van de hoofdpersoon zien waart ook de surrealistische geest van Bunuel rond. De regisseur werkte eerder als tweede regisseur mee aan de totstandkoming van het in Rotterdam bekroonde Norteado. Zelfverzekerd zoekt Salazar in zijn 'echte' debuut de randen van de kitsch op met overweldigend natuurschoon en een contrastrijke fotografie. Minstens zo belangrijk: zonder uit te leggen wat er precies aan de hand is maakt de film de politieke en morele crisis voelbaar.

Fritz de Jong



top
Artikelen
Filmacademie zoekt nieuwe koers (en directeur)
Nova Zembla De feiten

Interviews
Tilda Swinton over We Need to Talk About Kevin Een nachtmerrie baren
Catherine Deneuve over Les bien-aimés 'Ik mis het verleden niet'
Marius Holst over King of Devil's Island Ontsnappen uit het jongens-Alcatraz
Rafi Pitts over The Hunter 'Mijn neo-realistische western'

Rubrieken
Redactioneel
FilmKort
FilmSterren
FilmThuis
Ingezonden brief
Spotlight Louis Garrel
FilmBoeken Jezus superster
FilmPers
Ebele Wybenga (Upload Cinema) YouTube is de nieuwe MTV
FilmSlot Reis langs filmfestivals
Actie!
World Wide Angle (NL)
Evenementen (Focus)


Recensies
50/50 Gevoel voor tumor
Anonymous Shakespeare, charlatan
Les bien-aimés Sprankelende estafette d'amour
Carnage Oorlog op de vierkante millimeter
Dolfje Weerwolfje De wolf in jezelf
Hasta la vista! Eerst neuken dan sterven
The Hunter Prooi van het gezag
Hysteria Jolly Molly en het geheim van het hysterisch paroxisme
King of Devil's Island Rebel of revolutionair
Kyteman: Now What? Een beetje wegspacen
Nannerl, la soeur de Mozart Muziek is een mannenzaak
Nova Zembla De fictie
Ouwehoeren De Mohikanen van de Wallen
Over Canto Een beetje wegspacen
Tinker Tailor Soldier Spy Wie is de mol?
We Need to Talk About Kevin Bestaat het pure kwaad?
Winter Vacation Lanterfanten in Binnen-Mongolië